Onderzoeksinstrumenten Autisme onder de loep

Autisme onder de loep - Yulius Academie

 

Autisme of niet? Het gebruik van een kort, gemakkelijk instrument voorkomt dat een kind onnodig belast wordt met tijdrovend, duur en complex vervolgonderzoek. Jorieke Duvekot en Geerte Slappendel, onderzoekers bij het Erasmus Medisch Centrum en verbonden aan de Yulius Academie, bestudeerden twee van deze instrumenten en stelden vast dat deze goed in staat zijn om kinderen eruit te pikken die vervolgonderzoek naar autisme nodig hebben.   

 

,,Je wilt kinderen, ouders en behandelaren zo min mogelijk belasten met uitgebreid autisme-onderzoek, als dat eigenlijk niet nodig is’’, vertelt Jorieke Duvekot. Haar onderzoek bevestigt dat de korte vragenlijst SRS (Social Responsiveness Scale) geschikt is om te gebruiken als screeningsinstrument voor autisme. Met 65 vragen meet deze lijst, in te vullen door ouders in 15 minuten, beperkingen in de sociale communicatie die zo kenmerkend zijn voor autisme. Bijvoorbeeld: ,,Neemt dingen te letterlijk op’’, en ,,Kan gevoelens communiceren’’. De ouders en leerkrachten van bijna 200 kinderen liet zij de SRS invullen en vergeleek deze met de antwoorden op uitgebreidere, verdiepende diagnostische instrumenten, namelijk de 3DI* en de ADOS**. Deze kwamen goed overeen.

 

Informatie leerkracht waardevol

Bij het gebruik van korte vragenlijsten bleek het belangrijk om verschillende bronnen te gebruiken. ,,Ouders geven goede informatie omdat ze hun kind het beste kennen en het in veel verschillende situaties meemaken’’, aldus Duvekot. ,,Maar een leerkracht kan het kind weer vergelijken met leeftijdsgenoten en ziet het in een gestructureerde schoolsituatie. Die informatie is van toegevoegde waarde om tot een zorgvuldige diagnose te komen’’.

Een ander steeds vaker gebruikt instrument in de kinder- en jeugdpsychiatrie is de verkorte versie van de 3Di. Het is een ouderinterview, bestaande uit 53 vragen. Onderzoekster Geerte Slappendel: ,,De korte versie van de 3Di is ontwikkeld op basis van de DSM-IV, terwijl we inmiddels zijn overgestapt op de DSM-V.’’ Uit haar onderzoek bleek gelukkig dat de 3Di redelijk goed overeen komt met de DSM-V.

 

Een glijdende schaal

Om de 3Di nog meer aan te laten sluiten bij de DSM-V, deed ze suggesties voor aanvullende items. Daarnaast maakt Slappendel gebruik van data van het University College in Londen. Door die data te analyseren, wordt duidelijk welke 3Di-vragen belangrijk zijn om te behouden en welke minder goed ASS voorspellen. ,,In de medische wereld is de diagnostiek objectiever: je hebt wel of niet je been gebroken. In de psychiatrie bevinden symptomen zich op een glijdende schaal. Maar hoe meer we onze diagnostiek kunnen standaardiseren, hoe meer we als behandelaren op een lijn zitten bij het stellen van een betrouwbare diagnose.’’

 

*3DI (Developmental, Dimensional, and Diagnostic Interview) - ouderinterview

**ADOS (Autism Diagnostic Observation Schedule) – observatie door behandelaar 

 

Links naar originele artikelen:

Lees hier de publicatie over het onderzoek naar de SRS.

Lees hier de publicatie over het onderzoek naar de verkorte versie van de 3Di.